De basis voor een 45 minuten durend dansverhaal lijkt op een peuterdansles. Een groot verschil met een gewone peuterdansles is, is dat een simpel verhaal of sprookje (dat past bij het seizoen)wordt uitgewerkt tot een poppenspel, waarna we gaan dansen met de thema’s die in dit poppenspel voorkomen. Bijvoorbeeld het verhaal van “Piete Paf het circushondje” gaan we werken met het thema circus.
Het idee om beweging en poppenspel te combineren, komt voort uit het feit dat je bij een poppenspel de mogelijkheid hebt om onderwerpen duidelijk uit te leggen. Ze zien en horen wat er bedoelt wordt.
De kinderen mogen vrij bewegen en er worden eenvoudige opdrachten, spelletjes en liedjes gedaan.
De bewegingslessen gaan drie keer over hetzelfde thema, (uiteraard met kleine veranderingen), zodat de kinderen alles in hun eigen tempo kunnen herkennen en verwerken.
Een ouder of een knuffel mogen altijd meedoen met de les.

